Jaja, eindelijk is het dan zover: ik heb mijn allereerste echte vlieguren in mijn logboek staan! Dinsdagmiddag stonden we (dat is mijn crew mate Pieter Zwakman en ik) ingepland voor vluchtje D01! Na alle briefings van de vorige week wisten we al ongeveer hoe we ons moesten voorbereiden, maar dat zelf doen is toch altijd even anders. Vandaar dat we ruim op tijd (lees: 3 uur voor het begin van de vlucht) op school aanwezig waren. Daar meldden we ons aan in het systeem, maakten onze mass & balance berekeningen, berekenden de benodigde hoeveelheid brandstof, en maakten een weather briefing. Vervolgens hadden we nog meer dan genoeg tijd over, mede omdat de vluchten voor ons zo’n 2 uur vertraagd waren. Maar toen konden we dan toch echt kennis maken met de instructeur. Dit bleek een Slowaak te zijn, Peter Vascak, die had leren vliegen in de VS en nu flight trainer was, in afwachting van een volgende stap in zijn carriere. Na een korte introductie vertrokken we naar onze kist: een Piper Archer PA-28-181 met als registratie N962WG (of WC, daar zijn de papieren het niet over eens…bizar…). Samen met de instructeur deden we de preflight inspectie. Hierbij loop je om het toestel heen (niet zo raar dat het ook wel een “walk-around” genoemd wordt) en checkt of alle belangrijke dingen aan en in het vliegtuig het doen, of de olie goed is, of er genoeg brandstof is, of de brandstof goed is, of alle papieren aan boord zijn en nog veel meer. Hierna kon ik plaatsnemen op de linkerstoel en begonnen we met het afwerken van allerlei checklists. Dit ging ontzettend langzaam, aangezien ik elk knopje nog moest zoeken en de instructeur dus steeds moest uitleggen hoe het moest staan. Om half 4 lokale tijd rolde ik dan over de startbaan. De take-off mocht ik zelf doen, al ging het uiteraard wel met hulp van de instructeur. Eigenlijk heb je amper tijd om er bij na te denken dat je gewoon zelf een vliegtuig de lucht in stuurt, want je hebt het veel te druk met allerlei andere dingen. We zijn vanaf Falcon Field (KFFZ) naar Casa Grande (KCGZ) gevlogen, een van de vele velden hier in de buurt, waarbij ik heen vloog en Pieter terug. Onderweg hebben we bochtjes gedraaid en stijg- en daalvluchten uitgevoerd en uiteraard een approach en landing gemaakt. De landing heeft de instructeur echter voorgedaan.
Op Casa Grande stond een hele mooie DC-3. Sowieso staan er hier in de omgeving ontzettend veel “warbirds” uit de Tweede Wereldoorlog en andere oorlogen. Het mooie is dat heel veel van deze vliegtuigen gewoon ook nog rondvliegen.
Woensdag stonden we opnieuw ingeroosterd, nu echter met Charles Harris, ondanks zijn naam toch echt een Nederlander. Deze vlucht heb ik heel veel geleerd. Opnieuw hebben we zelf de take-off mogen doen en hebben we bochten gemaakt en een approach en landing. Alleen gingen we nu ook een slow flight (normaal vlieg je met 90 knopen en geen flaps, nu met 60 knopen en 40 graden flaps), stalls (als je neus te ver omhoog wijst en je snelheid te laag is, hebben de vleugels geen lift meer en val je naar beneden; daar moet je dus uit kunnen zien te komen) en steep turns (normale bochten vlieg je met de vleugels op 30 graden ten opzichte van de horizon, stijle bochten met 45 of later zelfs met 60 graden) doen. Mijn eerste landing na dit alles ging niet goed; toen we bijna de baan raakten zei de instructeur “go around” (dat betekent dat je vol gas geeft, wegklimt, een rondje vliegt en het opnieuw probeert). Bij de volgende poging ging mn approach vrij aardig, maar de landing heeft hij zelf maar gedaan…
Gisteren stonden we alweer ingeroosterd…en opnieuw met een andere instructeur: Mike Spencer. Deze keer wel een Amerikaan. Hij zal hoogstwaarschijnlijk ook onze vaste instructeur worden, in ieder geval tot aan de solo’s (die beginnen bij D12). En dat is helemaal niet erg, want ik heb gisteren opnieuw heel veel geleerd en daarbij kan ik het ook prima met hem vinden. We hebben dezelfde dingen gedaan als bij D02, alleen gaan ze nu een stuk beter. Spencer gaf ook allerlei tips en tricks die echt heel goed werkten. Het leuke is dat hij voor we solo gaan, allerlei omliggende vliegvelden met ons wil bezoeken. Gisteren zijn we dus naar Gateway gevlogen. Best belangrijk, omdat dat ook de standaard alternate (uitwijk-vliegveld) is voor de vluchten die je rondom Falcon Field uitvoert. Ik mocht weer de heenweg vliegen, dus heb een touch-and-go en een full stop landing daar kunnen maken. Na een heerlijke cinnamon-roll (tip van Mike) verorberd te hebben, zijn we weer terug gevlogen, nu met Pieter als PIC (Pilot-in-command).
Vandaag stonden we weer ingeroosterd, voor vluchtje D04 alweer. Het weer is hier gisteravond echter behoorlijk omgeslagen, omdat er een lagedrukgebied boven ons hangt. Dit zorgt voor laaghangende bewolking (en laag is dus echt 1000-1500 ft boven de grond) en af en toe stevige buien. Bovendien is de temperatuur een stuk lager. Opzich geen probleem, maar bij temperaturen onder de 5 graden kan neerslag bevriezen op de vleugels. Dit is dodelijk voor een vliegtuig… Toen we vanmorgen aankwamen op het vliegveld, was bijna elke voorgaande vlucht daarom al gecancelled. En ook Mike zat te twijfelen wat we moesten doen. De voorspellingen leken iets gunstiger te worden, maar het was nog steeds slecht. Uiteindelijk heeft hij toch maar besloten om niet te gaan vliegen, omdat oefeningen met dit weer toch bijna niet mogelijk waren. Ik vond het heel jammer en dat zag hij ook aan me, maar we krijgen nog genoeg kansen.
Het vliegen wordt ook steeds leuker. De eerste vlucht vond ik eigenlijk helemaal niet zo leuk, omdat het zo’n gestresste toestand was…ik had nergens tijd voor, was continu bezig me maximaal te concentreren op hoe ik het toestel in de hand moest houden. Daarbij had ik ook nog es geen tijd om naar buiten te kijken (eigenlijk heel slecht, want we vliegen nu VFR (Visual Flight Rules), dus op zicht en niet op instrumenten). De tweede vlucht merkte ik zo’n verbetering, omdat ik het vliegtuig veel beter onder controle had. En de derde vlucht ging opnieuw veel beter, met dank aan Mike. Nu zie ik ook steeds beter hoe mooi de omgeving hier is. Je vliegt in een vallei met aan alle kanten bergen van allerlei hoogtes. Je ziet rivieren, je ziet wegen, je ziet stadjes, je ziet vliegvelden, je ziet andere vliegtuigen. Gisteren had ik de eerste vlucht van de dag, die om 7.10 gepland staat, dus dan vertrek je bij zonsopgang. Met een mooie wolkenlucht is dat echt zo mooi!
Ik heb nu al weer zin in maandag. Waarschijnlijk ook omdat ik nog steeds baal dat ik vandaag niet gevlogen heb. Het helpt ook dat je elke keer ziet dat het beter wordt. Of het echt goed gaat, kan ik niet zeggen, omdat ik geen referentie heb, maar dat het steeds leuker wordt is duidelijk!
Trouwens, Marjolein, Thomas en ik zijn sinds gisteren officieel en trots eigenaar van een enorme Chevrolet Suburban! Het beest stamt uit 1993 en herbergt een pracht van een 5.7 liter V8 onder zijn immense motorkap; wat een geluid! Verder biedt hij ruim plaats aan ongeveer 8 man (en iets minder ruim aan ongeveer 16 Indiers…), in 2 vreselijk lekker zittende voorzetels en 2 net zo heerlijk zittende achterbanken. Vervolgens kun je voor al die 8 man ook nog alle bagage kwijt… Ach ja, je woont maar 1 keer in je leven in Amerika!